Kraaien

Sinds een maand of wat ben ik gefascineerd door kraaien. Kraaien zijn ontzettend slim en de moeite van een nadere kennismaking alleszins waard.

Ik heb gelezen over kraaien die op hun rug van een berg sneeuw gleden. Voor de lol. Ik heb gehoord van twee kraaien die om de beurt aan hun poten aan een laaghangende tak schommelden, als spelletje. Ik las over kraaien die als het licht op groen staat noten op het voetpad gooiden, om de gekraakte noten weer op te halen nadat er een auto overheen was gereden.

In de stad zie ik alleen maar kauwen, familie van de kraai. Het duurt even voordat ik de verschillen kan onderscheiden: kauwen zijn kleiner en tamelijk compact, hebben een grijzige kop, een kortere snavel en lichte ogen. Kraaien daarentegen hebben zwarte ogen, zien er wat ‘rommelig’ uit en doen ‘kraaaa kraaaa kraaaa’. Van kraaien zie je er meestal maar enkele tegelijk, terwijl kauwen in grote groepen leven en talrijk zijn in de diverse parken en bossen.

Het duurt even voordat ik mijn eerste bewust gespotte kraaien tegenkom. Dat gebeurde toen ik op het terrasje van een frietkraam in Hoek van Holland zelfgemaakte frieten aan het eten was. Op de schutting zaten een paar kraaien toe te kijken hoe ik de patat naar binnen werkte.

Ik plukte een flintertje friet af en wierp dat naar een van de kraaien. Dat was tenminste de bedoeling, maar het ketste af tegen een houten tafel, veranderde van richting en kwam aan de achterkant van de schutting terecht. De kraai bleef een moment alert voor zich uit zitten kijken, draaide zich toen om en pikte het minimale stukje friet feilloos op.

Inmiddels heb ik er oog voor gekregen en zie ik tussen de vele kauwen ook geregeld een kraai. Ik blijf altijd even staan om ze te observeren. Ik houd van slimme vogels.
naar boven