Mijn tuintje leeft

Ik heb een tuin formaatje postzegel. Toch groeit, bloeit en leeft het er als in een door Staatsbosbeheer beheerd natuurgebied, zij het op microniveau. Het kleinste wezentje in mijn tuin zal met het blote oog niet zichtbaar zijn (en is mij dus niet bekend), het grootste is waarschijnlijk de houtduif.

Daartussenin is van alles te vinden. Er zitten slakken, zowel huisjes als naakt, en die eten graag hosta’s. Er zijn regenwormen, die je alleen ziet als je de grond aan het omspitten bent. Regenwormen zijn mijn hulpjes in de tuin want ze eten halfvergane blaadjes en voeden de aarde met hun uitwerpselen. Als je een regenworm in tweeën klieft, leven de helften trouwens niet verder maar gaat de worm dood. Dit heb ik niet uit eigen ervaring, maar gevonden op een site over wormen.

Als in juni de liguster in bloei staat komen er talloze hommels en een enkele vlinder op het stuifmeel af. Spinnen zijn er altijd wel, kruisspinnen die webben maken, maar bij tijd en wijle ook andere soorten, zoals de trilspin. Eigenlijk zitten trilspinnen het liefst in huis. Hoewel ik trilspinnen in de kelder en in hoekjes van de wc lekker laat zitten, zet ik ze als ik ze in een steelpannetje aantref subiet buiten. Trilspinnen maken slordige webben bestaande uit een paar draden en beginnen hevig te trillen als ze een vijand vermoeden, daarmee de kans dat ze gepakt worden verkleinend.

Vogels bezoeken vooral in het late najaar en de winter mijn tuin. Ik kan ze uit het blote hoofd opnoemen want ik heb vorig jaar meegedaan aan de nationale vogelteldag. Het gaat, min of meer op volgorde van grootte, om: mussen, vinken, koolmezen, pimpelmezen, roodborstjes, spreeuwen, merels, Turkse tortels (altijd in koppels), Vlaamse gaaien en houtduiven. Ze eten besjes van de meidoorn en de liguster, wormen, spinnen en overige insecten, tarwekorrels, broodkruimels en vetbollen.

Jarenlang liep er nog een Sjonnie-konijn in mijn tuin, die alles at wat voor zijn neus kwam zolang het maar tot een plantenfamilie behoorde, maar eigenlijk telt dit dier niet mee natuurlijk. Wat wél meetelt zijn de kikkers die ik soms aantref op de aarde of laatst zelfs voor mijn tuindeur. Dat is vreemd want in de wijde omtrek is geen vijver te bekennen, en de wegen rondom mijn huis dragen ook niet direct bij aan een bloeiende kikkerpopulatie.

Ik vermoed dat de kikkers onder het huis leven, via diverse kieren en spleten goed toegankelijk voor een dier van die afmetingen. Wie weet woon ik boven een ware kikker-‘onderwereld’. Met dansende elfjes in waterlelies en een kikkerorkest dat ’s nachts actief wordt.
naar boven